Beleidsmakers, artsen en experten willen nucleaire kankerbehandeling verankeren in België
In dit artikel:
Beleidsmakers, artsen en experten roepen op om radioligandtherapie — een vorm van nucleaire geneeskunde — structureel op te nemen in het Belgische kankerbeleid, aldus het Belgisch Nucleair Onderzoekscentrum (SCK CEN) na een conferentie.
Bij radioligandtherapie worden kankercellen van binnenuit bestraald: patiënten krijgen een injectie met stoffen die tumorweefsel lokaliseren en daar radioactieve straling afgeven, wat leidt tot celdood en krimp van de tumor. De behandeling veroorzaakt vaak minder bijwerkingen dan klassieke chemotherapie, waardoor veel patiënten een betere levenskwaliteit behouden.
Vandaag is de therapie vooral beschikbaar voor mensen met vergevorderde ziektes, zoals bepaalde prostaatkankers en neuro-endocriene tumoren. Wereldwijd lopen studies om het toepassingsgebied uit te breiden; experts schatten dat tegen 2035 tien tot vijftien keer meer patiënten in aanmerking kunnen komen.
België moet zich voorbereiden op die verwachte toename, maar loopt tegen praktische barrières aan: onvoldoende capaciteit van PET-scanners en therapiekamers, een tekort aan specialisten in nucleaire geneeskunde, beperkte terugbetaling en de verplichting tot overnachting na behandeling belemmeren opschaling.
Minister van Energie Mathieu Bihet benadrukt dat België een voortrekkersrol kan en moet spelen vanwege het bestaande ecosysteem van kennis en infrastructuur. “Het is zelfs noodzakelijk, want achter die toepassingen schuilen mensenlevens, hoop en zorgtrajecten,” zo zei hij tijdens de bijeenkomst. In de Kamer zijn intussen twee resoluties ingediend (door Kathleen Depoorter, N-VA, en Irina De Knop, Anders) om stappen richting verwerving van capaciteit en beleidsverankering te zetten.
Om radioligandtherapie breed inzetbaar te maken zijn gerichte investeringen, duidelijke vergoedingsregels en opleiding van personeel nodig. Dat zou niet alleen de toegang verbeteren voor huidige patiëntengroepen, maar ook België positioneren voor toekomstige toepassingen naarmate wetenschappelijk bewijs uitbreidt.