Haïtiaan in Dominicaanse Republiek vogelvrij: „In de nacht klopten ze op onze deur en schopten ze ons het huis uit"
In dit artikel:
De Dominicaanse Republiek zet in 2025 de deportatie van Haïtianen verder op scherp, terwijl aan de grens en in de samenleving hardnekkige discriminatie zichtbaar blijft. Volgens de Dominicaanse immigratiedienst werden in mei alleen al ruim 34.000 Haïtianen uitgezet; betrokkenen denken dat het werkelijke aantal hoger ligt. Aan de grens bij Anse-à-Pitres en Pedernales worden Haïtianen streng gecontroleerd, geselecteerd op huidskleur en vaak vernederend behandeld, terwijl witte reizigers moeiteloos passeren.
Het artikel plaatst dit in de bredere geschiedenis van het zogeheten antihaïtianismo: een diepgewortelde haat tegen Haïtianen die teruggaat tot koloniale tegenstellingen en onder dictator Rafael Trujillo staatsideologie werd. Het bloedbad van 1937, waarbij tot 20.000 Haïtianen werden gedood, geldt als het gruwelijke dieptepunt. Sindsdien is de discriminatie minder openlijk, maar nog altijd structureel: Haïtianen en Dominicanen van Haïtiaanse afkomst krijgen te maken met willekeurige arrestaties, deportaties, lagere lonen, uitsluiting van zorg en soms staatloosheid door aangescherpte nationaliteitsregels.
President Luis Abinader heeft de aanpak verder verhard met een grensmuur, een gesloten grens sinds 2023 en een sterk opgevoerd uitzettingsbeleid. Dat staat haaks op de economische realiteit: de Dominicaanse economie draait voor een belangrijk deel op goedkope Haïtiaanse arbeid, terwijl veel Haïtianen door geweld, armoede en instorting van de staat in hun eigen land geen andere uitweg zien dan de oversteek. Toch worden velen na arrestatie of nachtelijke invallen weer terug de grens over gezet, vaak na verlies van geld en bezittingen.
Vandaag Inside: Wilfred Genee en Albert Verlinde spreken Merel Ek aan In de Wandelgangen: 'Was niet handig van je!'