Handboek classificatie psychische stoornissen biedt slechts schijnzekerheid
In dit artikel:
Psychiater en onderzoekers bekritiseren het groeiende gebruik van de DSM voor diagnoses als ADHD en autisme. Volgens het artikel is het handboek ooit bedoeld om begripsverwarring te voorkomen, maar is het in de praktijk een allesbepalend label geworden. Daardoor wordt de diagnose vaak belangrijker dan de vraag wat iemand is overkomen, wat diegene nodig heeft en waar herstel mogelijk is. De Britse arts Suzanne O’Sullivan wijst op de sterke stijging van ADHD- en autismediagnoses in onder meer Engeland en Nederland, terwijl er geen harde biomarkers of objectieve tests bestaan die die toename verklaren. Ook kunnen diagnoses verschuiven of overlappen, wat de verwarring vergroot.
Tegen die achtergrond pleit UMCU-hoogleraar Jim van Os al langer voor minder nadruk op de DSM en meer op herstelgerichte zorg. In plaats van classificeren stelt hij vier vragen centraal: wat is er gebeurd, wat zijn iemands kwetsbare en weerbare kanten, waar wil iemand naartoe en wat is nodig voor herstel? Onderzoeker Roy Dings maakt een vergelijkbare kritiek: een strakke diagnose kan iemands sociale identiteit gaan bepalen, waardoor mensen hun diagnose worden. Beide pleidooien zetten in op een bredere, mensgerichtere aanpak waarin zingeving, eigen regie en wat iemand energie geeft belangrijker zijn dan het etiket alleen.
Vandaag Inside: Wat verwacht Johan Derksen van de nieuwe partij van Mona Keijzer?