Hebben avondmensen meer last van de zomertijd? 'Meeste slaapproblemen ontstaan door tegen je eigen ritme in leven'
In dit artikel:
Avondmensen blijken inderdaad vaak meer last te hebben van de klokverschuiving bij de overgang naar zomertijd, zegt slaapexpert Floris Wouterson. Chronotypes — het spectrum van ochtend- tot avondvoorkeur — bestaan echt en worden deels door aanleg en biologische ritmes bepaald. De zomertijd schuift het dag-nachtritme een uur vooruit, waardoor mensen die van nature later wakker worden minder slaap kunnen krijgen en vaker last hebben van vermoeidheid en concentratieverlies. Volgens Wouterson ontstaan veel slaapproblemen doordat mensen tegen hun interne ritme in leven; de zomertijd vergroot dat effect vooral voor avondtypen doordat de ochtendlichtstimulus, die het dagritme reset, minder goed aansluit op hun voorkeur.
De gevolgen zijn niet alleen tijdelijk ongemak: aanhoudende mismatch tussen sociale verplichtingen (werk, school) en je biologische klok kan leiden tot ‘social jetlag’ met nadelige effecten op stemming, alertheid en gezondheid. Praktische maatregelen die helpen zijn het geleidelijk verschuiven van slaaptijden voorafgaand aan de klokwisseling, extra blootstelling aan ochtendlicht en het beperken van fel licht in de avond. Voor wie structureel veel last heeft kan overleg met een slaapexpert of arts nuttig zijn; in sommige gevallen helpt chronotherapie of het gericht inzetten van lichttherapie of melatonine. Kortom: de zomertijd vergroot vooral voor avondmensen de kloof tussen sociale tijd en interne tijd, en dat is de kern van veel voorkomende slaapproblemen.