Hoe uitzonderlijk is een gezonde drieling kalfjes zoals in Grembergen? "Kans is kleiner dan 1 op 100.000"
In dit artikel:
Op de boerderij van familie Rubbens in de Vijfbunderstraat in Grembergen (Dendermonde) heeft een Belgisch witblauw-koe gisteren drie levende kalfjes ter wereld gebracht. Voor de 65-jarige boer is het de eerste keer dat hij een drieling meemaakt; de drie kalfjes stellen het voorlopig goed en worden nauwkeurig opgevolgd.
Dierenarts Celien Kemel (faculteit Diergeneeskunde) benadrukt hoe zeldzaam zo'n gebeurtenis is bij vleeskoeien: ongeveer 1 op 100.000 bevallingen. Met zo'n schatting en circa een half miljoen vleeskoeien in België zou dat grofweg vijf keer per jaar voorkomen; bij melkkoeien komt een drieling veel vaker voor (ongeveer 1 op 5.000). Geert Opsomer (docent Diergeneeskunde) wijst erop dat het nog opmerkelijker is dat alle drie de kalveren gezond zijn: vaak sterft eentje vroeg of overleeft de geboorte niet.
Een cruciale factor in de eerste levensdagen is de biest: kalveren worden zonder antistoffen via de placenta geboren en moeten binnen 10–12 uur genoeg biest binnenkrijgen. Die eerste melk biedt bescherming voor circa drie maanden; onvoldoende opname vergroot het risico op diarree, ademhalingsinfecties en sterfte. Omdat één koe doorgaans niet genoeg biest voor drie kalfjes produceert, wordt de biest verdeeld en aangevuld met poedermelk. Praktisch worden de kalfjes direct van de moeder gehaald zodat de veehouder nauwkeurig kan bijhouden wat elk kalf binnenkrijgt en om overdracht van ziekteverwekkers te beperken.
Het dragen van meerlingen belast de koe sterk: de buik rekt maximaal, het dier eet vaak minder en verliest voedingsstoffen richting de foetussen. Rond de verlossing krijgen ze daarom extra voeding; na de geboorte levert melkproductie voor meerdere kalveren anders te veel inspanning op. In de eerste dagen krijgt een kalfje afhankelijk van gewicht ongeveer 4–5 liter voeding verdeeld over 2–3 voedingen.
Hoewel Belgisch witblauw geen grotere kans op meerlingen heeft in vergelijking met andere vleesrassen, sterven hun kalveren minder snel bij de geboorte omdat bij dit ras in ongeveer 99% van de gevallen een keizersnede wordt uitgevoerd—bij een sectio is het bovendien eenvoudiger om de juiste combinaties van ledematen bij elkaar te houden tijdens de geboorte.
Een andere factor die meerlingen kan bevorderen, zijn vruchtbaarheidshormonen die veehouders soms in de winter gebruiken om bronst te regelen; die hormonen kunnen meerdere eicellen doen uitrijpen. Tot slot: bij meerlingen met gemengd geslacht is het vrouwelijke jong in ongeveer 90% van de gevallen later onvruchtbaar (een freemartin of 'kween') door hormoonuitwisseling in de baarmoeder — in Grembergen zit er bij de drieling één vrouwtje tussen twee stiertjes, waardoor de kans groot is dat zij niet vruchtbaar wordt.