Karin kreeg een psychose na de bevalling en is nu therapeut: 'Er is veel onwetendheid en weinig begrip'
In dit artikel:
Karin den Oudsten (57) kreeg in 2008 kort na de geboorte van haar jongste zoon een ernstige kraambedpsychose: twee weken van hallucinaties en wanen waarin ze bijvoorbeeld geloofde dat zij God was en dat haar baby door de duivel bezeten was. Die ervaring leverde machtige gevoelens op — “Fantastisch!”, zei ze over het idee almachtig te zijn — maar vooral diepe angst, verwarring en isolement. Haar man Rick en hun omgeving merkten de veranderingen en Karin werd opgenomen op de moeder-baby-unit van het Erasmus MC.
In haar nieuwe boek Kraambedpsychose onderzoekt Karin deze periode opnieuw, niet alleen als ervaringsdeskundige maar inmiddels ook als therapeut. Ze vroeg haar medische dossiers op en las ze met de blik van iemand die destijds in een andere werkelijkheid zat en nu professioneel werkt met mensen na psychoses. Ze is verbaasd over wat er in de dossiers staat: vooral administratieve notities en korte rapportages, weinig aandacht voor haar gevoelens, angsten en de betekenis die zij aan kleuren en handelingen gaf (zij verborg bijvoorbeeld rode voorwerpen omdat rood volgens haar de duivel symboliseerde). Dat gebrek aan luisteren ziet ze als een gemiste kans voor hulpverleners om aansluiting te zoeken bij wat patiënten daadwerkelijk ervaren.
Karin beschrijft hoe de psychose zich uitte: visioenen van wereldleiders die haar bevalling volgden, het zien van de duivel in verzorgenden en in haar baby, en intense overtuigingen dat ze was verbonden met alle mensen via onzichtbare draadjes. In de isoleercel werden vooral praktische handelingen vastgelegd; weinig of niets over de existentiële angst waarmee zij worstelde. Medicatie bracht stabiliteit, maar het huilen van haar oudste zoon — zijn oprechte emotie — was doorslaggevend om te beseffen dat de buitenwereld niet toneel speelde en zo snel als ze de psychose inging, kwam ze er ook weer uit.
Kraambedpsychose ontstaat meestal door een samenspel van factoren: hormonale wisselingen, gebrek aan slaap, stress en soms een genetische aanleg. Karin ziet de toestand meer als een andere bewustzijnstoestand dan louter een ziekte. Na haar eigen psychose gooide ze haar leven om: ze stapte uit de ICT, volgde opleidingen (coaching, ggz-agoog, hypnotherapie) en begon in 2020 een praktijk als hypno- en regressietherapeut in Rotterdam-Hoogvliet. Ze begeleidt vrouwen na een psychose, concentreert zich op nazorg en herstel en geeft ook voorlichting aan hulpverleners.
Met haar boek wil Karin begrip en reflectie stimuleren — zowel binnen de zorg als daarbuiten — en het stigma rond psychische klachten na de bevalling doorbreken. Ze noemt de vaak beschuldigende reacties uit de omgeving als belemmerend voor herstel (“hield je niet van je kindje?”) en waarschuwt voor simplistische oordelen bij heftige strafzaken waarbij psychoses een rol spelen. Haar kernboodschap is dat luisteren naar persoonlijke ervaringen essentieel is: wie in een psychose zit, heeft weinig houvast en heeft juist een hulpverlener nodig die probeert te begrijpen wat dat andere wereldbeeld betekent.