KNRM-patiëntvervoer over bevroren Waddenzee
In dit artikel:
Begin februari legde strenge vorst het Wad deels in ijs, waardoor een patiënt van Vlieland naar het vasteland vervoerd moest worden en de KNRM in actie kwam. Om half negen ’s ochtends gingen de piepers bij de reddingstations Vlieland en West‑Terschelling; de waterjetreddingboten voeren volgens het ijsprotocol met een ijspijp — een omgekeerde “snorkel” die koelwater uit dieper, ijsvrij water aanzuigt zodat de motoren blijven draaien. Omdat op Vlieland geen verpleegkundige beschikbaar was (begeleiding is verplicht bij patiëntenvervoer), bracht de Arie Visser van KNRM West‑Terschelling een Terschellinger verpleegkundige naar Vlieland. De meer dan 100 jaar oude museumreddingboot Brandaris hield de haven van West‑Terschelling ijsvrij, waardoor Arie Visser kon uitvaren en ijsbrekend naar Vlieland voer om de patiënt op te halen. ’s Avonds om half elf volgde een tweede inzet: na inzet van de Brandaris als ijsbreker en montage van de ijspijp kreeg de patiënt aan boord en voer de reddingboot onder begeleiding het ijsveld uit, waarna ze zonder ijspijp op volle kracht naar Harlingen konden varen. Na overdracht in Harlingen keerde de bemanning in omgekeerde volgorde terug naar Terschelling.
Kortom: door inzet van speciale ijsmaatregelen, samenwerking tussen stations en het gebruik van zowel moderne reddingsboten met ijspijp als een historische ijsvrije motor, kon patiëntentransport over het bevroren Wad veilig verlopen.