'Met onze gezondheid raken we langzaam terug in de middeleeuwen', zegt arts en hoogleraar Schelto Kruijff

woensdag, 29 april 2026 (19:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Chirurg en hoogleraar Schelto Kruijff (UMCG) stelt in zijn nieuwe boek Hoe gezond is het ziekenhuis eigenlijk dat ziekenhuizen méér ongezondheid produceren dan ze oplossen. Hoewel medische ingrepen individuele levens verbeteren — bijvoorbeeld een niertransplantatie die dialyse overbodig maakt — hebben ziekenhuizen volgens Kruijff beperkt effect op de volksgezondheid en veroorzaken ze tegelijk grote negatieve bijwerkingen op populatieniveau.

Kruijffs kernpunt is dat echte gezondheidswinst vooral buiten het ziekenhuis ligt: bij schone lucht en water, gezonde voeding, rookpreventie en beweging. Ziekenhuizen behandelen de gevolgen van ongezonde leefomstandigheden, maar remmen die oorzaken niet. Hij wijst op product- en beleidssystemen die ongezond gedrag in stand houden: zout en vetrijke voeding in supermarkten, sigaretten en vapes, en de commerciële druk om schadelijke producten te blijven verkopen. Bovendien fungeert de zorg als een soort verborgen verzekering: omdat er altijd wel een behandeling mogelijk is, blijft er minder prikkel om preventief te handelen.

Naast deze maatschappelijke effecten benadrukt Kruijff de milieu-impact van de zorgsector: ziekenhuizen zijn sterk vervuilend, met een CO2‑uitstoot die volgens hem groter is dan die van de luchtvaart en met enorme hoeveelheden afval en medicijnresten die in het water terechtkomen. Die emissies en vervuiling verergeren klimaatverandering en daarmee gezondheidsproblemen zoals hittegolven, overstromingen en verspreiding van infectieziekten. Kruijff noemt dit de “zorgparadox”: een sector die gezondheid zou moeten produceren, draagt tegelijk bij aan factoren die mensen ziek maken.

Kruijff pleit daarom voor een andere focus: veel meer preventie en tegelijkertijd het terugdringen van overbehandeling, vooral bij ouderen. Hij wijst erop dat de meeste zorgkosten worden gemaakt in de laatste twee, drie levensjaren en dat behandelingen die weinig kans op aanzienlijke winst bieden — maar wel veel risico en belasting met zich meebrengen — op maatschappelijke en individuele schaal problematisch zijn. Artsen hebben de neiging om behandelingen voort te zetten omdat ze zijn opgeleid om te helpen en bevestiging zoeken in hun professionele rol; daarnaast maken financiële prikkels het makkelijker om te behandelen dan om lang te praten. Kruijff beschrijft hoe hij zelf vaker tijd neemt voor gesprekken zodat patiënten zelf kiezen soms niet verder behandeld te worden — een keuze die volgens hem meer in balans komt met de werkelijke opbrengst en lasten van een ingreep.

Concreet bekritiseert hij de huidige aanpak van obesitas: in plaats van massale inzet op preventie en structurele maatregelen (gezonde schoolmaaltijden, prijsbeleid, suikertaks) biedt de markt medicatie zoals Ozempic aan, wat volgens hem symptomatisch is voor de verkeerde prioriteiten. Preventie levert niet alleen gezondheid op, maar ook economische winst op lange termijn; politieke besluitvorming blijft echter vaak steken in korte termijnhorizon.

Kruijff wil ook dat er meer openheid komt over de milieu-impact van medische behandelingen; hoewel hij die informatie nog niet standaard in emotionele patiëntgesprekken bespreekt, erkent hij dat sommige patiënten dat zouden willen weten en dat de sector daar gezamenlijk iets aan moet doen. Daarnaast roept hij op om het taboe rond de dood te doorbreken: tijdige gesprekken over wensen rond reanimeren, IC-opname en levensbeëindigende behandelingen kunnen veel onnodige en belastende zorg voorkomen. Hij noemt zowel professionele als persoonlijke voorbeelden: gesprekken met oudere patiënten en zijn eigen ouders leidden tot opluchting en concretere wensen rond het levenseinde.

Kruijff pleit uiteindelijk voor het verkleinen van ziekenhuizen — niet omdat individuele zorg niet belangrijk is, maar omdat de grootste gezondheidswinst behaald wordt door maatschappelijke maatregelen en door te stoppen met zorg die weinig oplevert. Hij vindt dat de zorgsector zich meer moet verantwoorden, ook wat betreft milieu‑performance, en bij uitstek een voortrekker moet zijn in verduurzaming. Als arts staat hij zelf voor zorgvuldig afwegen; hij beschrijft casussen waarin hij samen met patiënten besloot geen ingrijpende operatie te doen, en hoe dat soms tot kritiek van collega’s kan leiden, maar ook tot waardig overlijden.

Achtergrond: Schelto Kruijff (1977) is oncologisch chirurg en hoogleraar chirurgische oncologie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zijn onderzoek richt zich op duurzame innovaties; hij werkt ook aan vergroening van zijn ziekenhuis en heeft ervaring in landen als Malawi, Australië en Zweden.