Vlaamse psychiater Dirk De Wachter: Nederlandse gelovigen zijn mij eigenlijk wel genegen
In dit artikel:
Dirk De Wachter, bekende Vlaamse psychiater en bestsellerauteur, gebruikt zijn nieuwste boek Wachten om een pleidooi te houden voor bedachtzaamheid, verbinding en medemenselijkheid in een tijd van haast en impulsiviteit. Bekend van titels als Borderline Times en De kunst van het ongelukkig zijn, zoekt hij met zijn werk een breed publiek — van gelovigen tot uitgesproken ongelovigen — en wil hij praktische denkrichtingen aanbieden in plaats van snelle receptjes.
Het interview vond plaats in zijn woning in Antwerpen, waar De Wachter rustig spreekt vanuit zowel zijn klinische ervaring als zijn literaire en filosofische belangstelling (onder meer Levinas, Heidegger, Leonard Cohen, Gerard Reve). Hij beschrijft zichzelf graag als een “christelijke non-theïst”: hij heeft een katholieke opvoeding in Boom en herkent de waarde van christelijke ethiek — met name medemenselijkheid en barmhartigheid — zonder terug te grijpen op traditionele kerkelijkheid of het klassieke godsbegrip. Het woord “God” roept bij velen volgens hem weerstand op; toch ziet hij het goddelijke primair in de zorgzame blik en de vraag om hulp van de ander, niet in een bovennatuurlijke bron die het leven invult.
Wachten behandelt het belang van luisteren, geduld en terughoudendheid in emotionele communicatie. De Wachter stelt dat onze cultuur te veel gericht is op directheid en expressie (een contrast dat hij ook plaatst tussen Nederlanders en Vlamingen), terwijl het vermogen om te wachten, stil te zijn en aanwezig te blijven bij verdriet cruciaal is. Hij waarschuwt tegen brutale, theatrale uitbarstingen en benadrukt dat echte verbinding vaak in kleine, attente daden zit — la petite bonté — niet in grandioze beloften.
Persoonlijke ervaringen spelen een rol in zijn reflecties. De Wachter vertelt openlijk over zijn kankerbehandeling in 2021: medische cijfers gaven hem een kans van ongeveer 40 procent om na vijf jaar nog in leven te zijn; op 1 oktober nadert dat jubileum. Hij kampt nog met ademhalingsproblemen, maar ervaart veel steun van familie en vrienden. De nabijheid van de dood heeft zijn denken over zingeving en zorg verder aangescherpt: eindigheid maakt betekenis mogelijk, en zin vindt hij vooral in aandacht voor anderen.
Hoewel hij zich distantieert van moraliserende toon, is één principiële eis duidelijk: zorg voor kinderen moet prioriteit krijgen. Als psychiater ziet hij dagelijks de gevolgen van verwaarlozing en misbruik, wat zijn pleidooi voor verantwoordelijkheid en zorg voor de kwetsbaren voedt. Hij is ook kritisch over de keerzijde van ontkoppelde vrijheid en individualisme: toenemende ongebondenheid, scheidingen en verlies van gemeenschapsbanden vragen om herstel van verbondenheid.
De Wachter toont ondanks pessimistische signalen hoop: hij prijst het engagement en de solidariteit van veel jonge mensen en gelooft dat menselijkheid op de lange termijn sterker blijft dan tijdelijke fasen van ‘ikkigheid’. Zijn missie is praktisch en open: tradities en waardevolle ideeën (bijbelse taal, filosofische inzichten) doorgeven in een seculiere tijd, zonder dogma, om mensen aan het denken te zetten en aandacht voor elkaar te stimuleren.
Tegelijkertijd balancet hij tussen verschillende publieksgroepen: hij wil niet in een ideologische hoek gedrukt worden — noch door religieuzen die hem te weinig theïstisch vinden, noch door antiklerikale organisaties die elk beroep op God willen afwijzen — omdat zijn doel is zoveel mogelijk mensen te bereiken met een boodschap van afstand nemen van oppervlakkigheid, en kiezen voor geduld, luisterbereidheid en zorg.